De monocultuur van de liefde.
Diversiteit, ook in de liefde, verrijkt en versterkt onze samenleving.
Afgelopen weekend was het Pride. Wat een heerlijk en belangrijk feest. Want liefde mag je voelen voor wie je wilt. Je mag zijn wie je bent. Natuurlijk mag dat.
Het zouden universele waarheden moeten zijn. Grondrechten voor iedereen. En toch is het niet zo. Zelfs niet in onze moderne, democratische Nederlandse samenleving. Als je even uitzoomt, is het toch onvoorstelbaar dat er ooit door een klein groepje mensen is bepaald dat een bepaald soort liefde superieur is aan de andere?
Of concreet gezegd: dat de heteroseksuele relatie (en dan vaak ook nog liefst tussen mensen van ten minste dezelfde huidskleur en culturele achtergrond) de ideale liefde is.
Dat ideaal, die norm, zorgt er nog altijd voor dat we in een realiteit leven waarin mensen, vanwege wie ze zijn of van wie ze houden, gediscrimineerd en benadeeld worden als ze afwijken van die norm. Mannen die van mannen houden. Vrouwen die van vrouwen houden. Queer mensen, biseksuelen, aseksuelen, transseksuelen...
De wereld zit scheef in elkaar.

Meer lezen? Dat kan want dit is het gratis Vrouw’en stuk van de maand. Betalende abonnees krijgen 4, vaak wat langere maatschappijkritische, persoonlijke en soms prikkelende essay’s in hun inbox per maand. Duik daarnaast in het volledige Vrouw’en-archief én ontvang negen heerlijke recepten uit Mama’en, het boek. Upgrade je abonnement hier voor €5 per maand:
Kijk, dat je jezelf grenzen oplegt in wie je wel en niet mag liefhebben, wie je wel of niet mag zijn - dat vind ik nog tot daaraan toe. Maar realiseer je dan dat dat een keus is die jij over je eigen leven maakt, en laat het daarbij. Waarom zou je je bemoeien met hoe anderen liefhebben? Wat gaat dat iemand anders aan? Hoe is het in vredesnaam zover gekomen dat we over anderen bepalen hoe en wie je lief mag hebben? Met wie je, als twee instemmende volwassenen, mag trouwen? Hoe je je gezin inricht? Dat gaat ontelbaar veel stappen te ver.
Lhbtiq+ -rechten staan onder druk. Ook in Nederland is acceptatie minder vanzelfsprekend dan we misschien denken. Uit recent onderzoek van de UvA onder ruim 31.000 jongeren blijkt dat slechts 59 procent vindt dat iedereen gelijk is, ongeacht op wie diegene verliefd wordt. Dat betekent dus dat maar liefst 41 procent die gelijkwaardigheid niet onderschrijft. 35% onderschrijft zelfbeschikking in de liefde, dus dat ze zelf moet kunnen bepalen met wie je bent of wil zijn, niet. Ook in de politiek wordt het ‘traditionele gezin’ steeds vaker uitgespeeld tegen lhbtiq+-rechten. De Italiaanse premier Giorgia Meloni won de verkiezingen met de leus: ‘Ja tegen het traditionele gezin, nee tegen de lhbti-lobby.’ Sinds haar aantreden heeft Italië het verbod op draagmoederschap uitgebreid: Italianen die zich in het buitenland tot een draagmoeder wenden, kunnen nu ook worden vervolgd. Een maatregel die vooral mannelijke stellen raakt, in een land waar stellen van hetzelfde geslacht ook al niet gezamenlijk mogen adopteren.
En wereldwijd is de realiteit nog veel grimmiger. In 64 landen zijn vrijwillige seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht strafbaar. In zeven daarvan staat er volgens de wet zelfs de doodstraf op; in nog eens vijf landen bestaat daarover juridische onzekerheid. Stop hier even met lezen en laat dat tot je doordringen.
Hoe zijn we in hemelsnaam zover gekomen? Wat beweegt mensen überhaupt om zich druk te maken over het liefdesleven van een ander, laat staan erover te bepalen en te handhaven? Het is een vraag die mij fascineert en ik ga hier mijn poging doen om die te beantwoorden.
Ik zag in een interview met bestsellerauteur Brené Brown een krachtig statement voorbijkomen. Ze zei: ‘vertel me wie je wilt controleren en ik vertel je voor wie je bang bent’. Ik denk dat hier een grote kern van waarheid in zit. Niet omdat iedere vorm van afwijzing of discriminatie terug te voeren is op een heimelijk verlangen dat iemand bij zichzelf onderdrukt. Dat is te simpel. Maar controle verraadt vaak wel angst: voor verlies van status, voor het onbekende, voor maatschappelijke verandering of voor alles wat een vertrouwde orde aan het wankelen brengt.
Veel controle en uitsluiting rond liefde en seksualiteit begint bij de behoefte om mensen overzichtelijk in te delen. Man of vrouw. Hetero of homo. En wie niet in het ene hokje past, krijgt een volgend label. Zulke categorieën kunnen mensen helpen zichzelf te begrijpen en gelijkgestemden te vinden. Maar binnen een patriarchale samenleving functioneren ze óók als ordeningssysteem: ze bepalen wat als normaal geldt, welke relaties erkenning krijgen en wie daarbuiten valt. Pas je binnen de lijnen, dan is er weinig aan de hand. Wijk je ervan af, dan kunnen daar nog altijd sociale, juridische en soms zelfs levensbedreigende consequenties aan vastzitten.
Maar staat dit simplistische denken niet per definitie mijlenver van het mens-zijn af? We zijn toch ook niet alleen maar lief, goed en braaf? We zijn ook boos, onhandig, tegenstrijdig. De mens is per definitie een complex wezen. En ik denk dat dit met onze seksualiteit niet anders is. Sterker nog, ik ben er niet eens van overtuigd dat we per se op één geslacht vallen, maar dat het hokjesdenken ons daar wél naartoe stuurt. Zouden die hokjes niet bestaan, dan vermoed ik oprecht dat veel meer mensen simpelweg op andere mensen vallen. Mannen, vrouwen, non-binair. Zonder dat binaire hokjesdenken vermoed ik dat ons smaakpalet veel ruimer zou zijn.
Een andere mogelijke reden waarom mensen zo van de pot gerukt zijn, heeft te maken met, je raad het al: geld en macht.
Kinderen vormen de volgende generatie arbeiders, consumenten en belastingbetalers. Overheden hebben daarom belang bij voldoende geboortes. Van oudsher werden die kinderen vooral geboren en grootgebracht binnen heteroseksuele relaties. Niet alleen omdat heterostellen nu eenmaal vaker (en meer) kinderen krijgen, maar ook omdat wetgeving en instituties het voor queer mensen eeuwenlang vrijwel onmogelijk maakten, en op veel plekken nog altijd moeilijker maken, om een gezin te vormen.
Ik schreef al eerder over hoe overzichtelijk en bestuurbaar het kerngezin is voor het patriarchale systeem. Het organiseert zorg achter de voordeur, maakt partners onderling afhankelijk en zorgt ervoor dat het grootste deel van de onbetaalde zorg nog altijd door vrouwen wordt opgevangen. Zo blijven de kinderen verzorgd, de werknemers beschikbaar en kan de economie blijven draaien.
Ik vermoed dan ook dat een deel van de behoefte van machthebbers om niet alleen liefde en seksualiteit, maar ook voortplanting te sturen, voorkomt uit een verlangen naar controle en overzicht. Samenlevingen hebben immers altijd geprobeerd te bepalen wie met wie kinderen mocht krijgen, van wie die kinderen waren en langs welke lijnen bezit, naam en status werden doorgegeven. Het ‘traditionele gezin’ is niet alleen een romantisch (en religieus) ideaal, maar ook een economische en politieke ordening.
Het verheerlijken van één relatievorm is natuurlijk nog iets anders dan alle andere vormen actief benadelen of verbieden. Toch gebeurt ook dat. Is de manier waarop sommige mensen, en helaas opvallend vaak de mensen die aan de knoppen draaien, met de liefde van anderen omgaan uiteindelijk terug te voeren op iets zo weinig romantisch als controle? Controle over lichamen, relaties, kinderen en daarmee over de toekomst? Mensen belust op macht doen rare dingen.
Terwijl je zelfs uit puur eigenbelang voor een diverse samenleving zou moeten kiezen. Want zodra mensen worden teruggebracht tot starre categorieën, ontstaat er gemakkelijk een hiërarchie: normaal en afwijkend, gewenst en ongewenst, wij en zij. En juist van dat soort versimpelingen maken fascistische en autoritaire bewegingen gebruik om bepaalde groepen als bedreiging aan te wijzen, hun rechten af te nemen en zo steeds meer macht naar zich toe te trekken. Een scenario dat we nu steeds vaker zien opspelen in de wereld en waarvan we historisch gezien weten hoe het afloopt.
Ook in de natuur zien we hoe essentieel diversiteit is. Hoe groter de variatie aan bestuivers, bodemleven, planten en dieren, hoe meer functies binnen een ecosysteem worden vervuld en hoe groter doorgaans de veerkracht en het aanpassingsvermogen van het geheel. Een monocultuur is juist kwetsbaar: één ziekte, schimmel of verandering kan het hele systeem ontregelen.
Tuurlijk, het is niet precies hetzelfde. Maar we kunnen er wel van leren. Ook een samenleving waarin iedereen binnen dezelfde lijnen moet leven, wordt armer en kwetsbaarder. Een samenleving waarin verschillen ruimte krijgen, beschikt over meer perspectieven, talenten en manieren om met verandering om te gaan. Diversiteit is dus niet alleen iets wat we een minderheid ruimhartig zouden moeten ‘gunnen’. Ze maakt de samenleving als geheel sterker.
Laten we onze verschillen daarom vieren. En niet alleen vandaag. Sterker nog: laten we ervoor vechten, iedere dag.
Want dat homoseksualiteit op zoveel plekken in de wereld nog altijd wordt verketterd en verboden, laat zien dat een modernere samenleving niet vanzelf tot vooruitgang leidt. Sterker nog: in de Griekse oudheid waren liefde en verlangen tussen mensen van hetzelfde geslacht al zichtbaar en werden ze soms zelfs met aanzien omgeven.
En niet alleen tussen mannen, ook de liefde tussen vrouwen werd toen al bezongen. Rond 600 v.Chr. schreef de dichteres Sappho op het eiland Lesbos over haar verlangen naar vrouwen. Haar naam leeft voort in het woord sapphic, terwijl lesbienne is afgeleid van haar geboorte-eiland Lesbos. Of denk aan de Heilige Schare van Thebe, een elite-legereenheid van zo’n driehonderd man die in de 4e eeuw v.Chr. een cruciale rol speelde in het breken van de Spartaanse overheersing. Volgens antieke bronnen bestond de eenheid uit geliefdenparen: mannen die, zo was het idee, dapperder vochten naast hun geliefde, uit angst hem teleur te stellen.
Zelfs eeuwen later, onder het Romeinse Rijk, was liefde tussen mannen nog openlijk zichtbaar. Toen de Griekse jongeman Antinoüs, de geliefde van keizer Hadrianus, in het jaar 130 verdronk, liet Hadrianus hem tot god verheffen en overal in het rijk tempels en standbeelden voor hem oprichten.
Eeuwenlang, van de Griekse oudheid tot diep in het Romeinse Rijk, waren liefde en verlangen tussen mensen van hetzelfde geslacht dus zichtbaar en werden ze soms zelfs maatschappelijk geëerd. Die wereld was zeker niet vrij of gelijkwaardig volgens onze huidige maatstaven: wat werd geaccepteerd, hing sterk af van gender, leeftijd en maatschappelijke positie. Over liefde tussen vrouwen weten we door het gebrek aan bronnen nog veel minder. Maar dat zulke verlangens openlijk werden bezongen, vereeuwigd en soms zelfs verheerlijkt, staat in schril contrast met de vervolging die queer mensen nu duizenden jaren later nog altijd ervaren.
Vooruitgang is dus niet automatisch, en al helemaal niet blijvend. Dat weten we ook uit de geschiedenis van de vrouwenemancipatie: verworven rechten kwamen er niet als logisch gevolg van een samenleving die steeds moderner, en je zou zeggen slimmer, werd. Ze kwamen er doordat mensen zich verenigden, protesteerden en verandering afdwongen. Ze wordt bevochten, en eenmaal verworven rechten moeten steeds opnieuw worden verdedigd. Als we willen dat vrijheid, gelijkwaardigheid en zelfbeschikking werkelijk voor iedereen gelden, kan die strijd bovendien niet alleen worden gevoerd door de mensen van wie de rechten op het spel staan. De queer gemeenschap heeft bondgenoten nodig.
Laat Pride daarom niet alleen een viering zijn, maar ook een herinnering aan onze verantwoordelijkheid gedurende de rest van het jaar. Zeker als je, zoals ik, wit en hetero bent en jouw recht om lief te hebben zelden ter discussie staat.
Hoe doe je dat? Nou, bijvoorbeeld door zichtbaar te steunen: de Pridevlag uithangen, meelopen met Pride of stemmen op partijen die gelijke rechten daadwerkelijk beschermen. Maar veel vaker nog zit het in kleine, alledaagse momenten. Niet meelachen om een ‘onschuldige’ grap en iemand er op aanspreken dat dat niet kan. Een discriminerende opmerking niet zomaar laten passeren. Desinformatie tegenspreken. Queer mensen serieus nemen wanneer zij vertellen wat hun overkomt. En je juist uitspreken wanneer de mensen om wie het gaat zelf niet in de kamer zijn.
Want een samenleving waarin iedereen vrij kan liefhebben en zichzelf kan zijn, zou geen toekomstideaal meer moeten zijn. Het zou allang onze werkelijkheid moeten zijn.






Ik vind het een beetje gek om het verbieden van draagmoederschap als discriminatie te beschrijven, ik zou eerder zeggen dat het mensen juist beschermt tegen uitbuiting. En er bestaat gewoon geen recht op biologische kinderen, zeker niet ten koste van iemand anders.